Voortgezet speciaal onderwijs

Inrichting VSO

In het VSO is het niveau van afzonderlijke vakgebieden, in combinatie met de ondersteuningsbehoefte bepalend voor de leerroute waarin leerlingen worden geplaatst. Wanneer een leerling op veel cognitieve vakgebieden, zoals taal en rekenen, functioneert binnen de leerroute Arbeid (beschut werk), wordt deze veelal in leerroute 3 of 4 geplaatst.

Het VSO is ingedeeld in fases. De eerste fase is de oriëntatiefase en duurt één tot twee jaar. De leerlingen zijn dan 12-14 jaar en maken kennis met het Eigen Initiatief Model (EIM). Er is relatief veel aandacht voor competenties met betrekking tot zelfstandigheid en werkhouding en er wordt kennis gemaakt met praktijkvakken. De tweede fase is de arbeidsvoorbereidingsfase, wanneer de leerlingen in de leeftijd van 14 tot 16/17 jaar zijn. De uren voor praktijkvakken worden uitgebreid, het werken volgens EIM wordt voortgezet en waar nodig uitgebreid en de interne stage gaat van start. In de derde fase (arbeidsgerichte/transitie fase) wordt gestart met de stage buiten de school. Praktijkvakken worden gekoppeld aan de stage, het uitstroomprofiel en de interesse van de leerling. Zowel in de tweede als derde fase volgen de leerlingen de praktijkvakken gedurende vaste momenten per week. Deze praktijkvakken worden door (praktijk)vakleerkrachten, groepsleerkrachten en assistenten gegeven en de leerlingen wisselen vier keer per jaar van praktijkvak. Op alle dagen van de week krijgen de leerlingen les van hun eigen groepsleerkracht, werken groepsdoorbroken of gaan naar stage. Wanneer een leerling 16 jaar is vindt er een uitstroomgesprek plaats met de leerling en ouder (s)/verzorger(s). Voorafgaand aan het gesprek wordt een arbeidsinteressetest afgenomen. Voor leerroute 3 en 4 wordt het Melbaprofiel opgesteld. Aan het einde van dat jaar wordt de uitstroombestemming in het ontwikkelingsperspectief vastgesteld.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.